Skip to the main content

Statuten

Uittreksel van de Statuten van de Vereniging BRIDGECLUB WIJHE
Naam en Zetel
Artikel 1
1. de Vereniging draagt de naam: BRIDGECLUB WIJHE.
2. Zij heeft haar zetel te Wijhe.
Oprichtingsdatum – Verenigingsjaar
Artikel 2.
De Vereniging werd opgericht op 10 januari 1994 en wordt thans aangegaan voor onbepaalde tijd. Het Verenigingsjaar loopt van 1 juli tot en met 30 juni daaropvolgend.
Doel
Artikel 3
1. De Vereniging heeft ten doel de uitoefening van het bridgespel in de meest uitgebreide zin van het woord te bevorderen.
2. De Vereniging tracht dit doel onder meer te bereiken door het organiseren van en het deelnemen aan wedstrijden en competities en verder door alles te doen wat voor de beoefening van het bridgespel nuttig kan worden geacht.
Leden en begunstigers.
Artikel 4.
1. De Vereniging kent twee soorten leden, te weten: gewone leden en leden van verdienste, terwijl de Vereniging daarnaast begunstigers kent.
2. Leden van de Vereniging zijn natuurlijke personen, die als lid van de vereniging zijn aangenomen overeenkomstig de daartoe bij het Huishoudelijke Reglement vast te stellen regels.
3. Leden van verdienste zijn natuurlijke personen, die als zodanig door de algemene vergadering zijn benoemd, op voordracht van het bestuur of van één of meer leden.
4. Begunstigers hebben geen rechten maar ook geen plichten.
Toelating
Artikel 5.
1. Het bestuur beslist omtrent de toelating van leden en acceptatie van begunstigers.
2. Bij niet-toelating tot lid of begunstiger kan de algemene vergadering alsnog tot toelating besluiten.
Register
Artikel 6
Het bestuur houdt een register, waarin de namen en de adressen van de leden, leden van verdienste en begunstigers zijn opgenomen.
Einde van het lidmaatschap.
Artikel 7
1. Het lidmaatschap eindigt door:
a) Door opzegging door het lid;
b) Door opzegging door de Vereniging. Deze kan geschieden wanneer een lid zijn verplichtingen jegens de Vereniging niet nakomt, alsook wanneer redelijkerwijs van de Vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
c) Door ontzetting. Deze kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten der Vereniging handelt, of de vereniging op enigerlei wijze benadeelt;
d) Door overlijden van het lid.
2. Opzegging door de Vereniging en ontzetting uit het lidmaatschap geschieden door het bestuur.
3. Opzegging van lidmaatschap door het lid of door de Vereniging kan slechts schriftelijke geschieden tegen het einde van het verenigingsjaar en met in acht name van en opzeggingstermijn van tenminste vier weken. Het lidmaatschap kan echter onmiddellijk worden beëindigd indien van de Vereniging of van het lid niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren..
4. Een opzegging in strijd met het bepaalde in het vorige lid, doet het lidmaatschap beëindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum waartegen was opgezegd.
5. Een lid is niet bevoegd door opzegging van zijn lidmaatschap een besluit waarbij de verplichtingen van de leden van geldelijk aard zijn verzwaard, te zijnen opzichte uit te sluiten.
6. Van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap door de Vereniging op grond dat een lid zijn verplichtingen jegens de Vereniging niet nakomt, alsook dat redelijkerwijs van de Vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren en van een besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap staat de betrokkene binnen een maand na ontvangst van de kennisgeving van het besluit beroep open op de algemene vergadering. Hij wordt daartoe ten spoedigste schriftelijk van het besluit met opgave van redenen in kennis gesteld. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst, met dien verstande evenwel dat het geschorste lid het recht heeft zich in de algemene vergadering, waarin het in dit lid bedoelde beroep wordt behandeld, te verantwoorden.
7. Wanneer het lidmaatschap eindigt, blijft desalniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheeld verschuldigd.
Geldmiddelen – Jaarlijkse bedragen
Artikel 8.
1. De geldmiddelen van de Vereniging bestaan uit de jaarlijkse bijdragen van de leden en van de begunstigers, inleggelden, boetes, schenkingen en eventuele andere baten.
2. Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichting tot het betalen van een bijdrage te verlenen.
Bestuur.
Artikel 9.
1. Het bestuur bestaat uit een oneven aantal van tenminste drie personen, die door de algemene ledenvergadering worden benoemd. De benoeming geschiedt uit de leden.
2. De benoeming van de bestuursleden geschiedt uit één of meer bindende voordrachten, behoudens het bepaalde in lid 3. Tot het opmaken van zulk een voordracht zijn bevoegd zowel het bestuur als vijf of meer leden.
De voordracht van het bestuur wordt bij oproeping voor de algemene vergadering meegedeeld. Een voordracht door vijf of meer leden moet een dag voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij het bestuur worden ingediend.
3 Aan elke voordracht kan het bindend karakter worden ontnomen door een met tenminste 2/3 van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de algemene vergadering genomen in een vergadering waarin tenminste 2/3 van het aantal leden aanwezig of vertegenwoordigd is.
4 Is geen voordracht opgemaakt, of besluit de algemene vergadering overeenkomstig het voorgaande lid de opgemaakte voordrachten het bindende karakter te ontnemen, dan is de algemene vergadering vrij in de keus.
5 Indien er meer dan één bindende voordracht is, dan geschiedt de benoeming uit die voordrachten.
6 Om voor benoeming in aanmerking te komen moet een lid meerderjarig zijn.
Bestuursfuncties – besluitvorming van het bestuur.
Artikel 10.
1. De voorzitter van het bestuur wordt in functie benoemd; het bestuur verdeelt de functies van vice-voorzitter, secretaris, penningmeester en tweede secretaris. Een bestuurslid kan meer dan één functie bekleden. Voorzitter, secretaris en penningmeeste vormen tezamen het dagelijks bestuur.
2. Het bestuur kan uit zijn midden voor ieder der in het eerste lid genoemde functionarissen een vervanger aanwijzen.
3. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris notulen opgemaakt, die na vaststelling in de volgende vergadering, door de voorzitter en de secretaris worden ondertekend.
4. Bij huishoudelijk reglement kunnen nadere regels aangaande de vergadering van en de besluitvorming door het bestuur worden gegeven.
Einde bestuurslidmaatschap – periodiek aftreden – schorsing.
Artikel 11
1. Elke bestuurslid, ook wanneer hij voor bepaalde tijd is benoemd, kan te allen tijde door de algemene vergadering worden ontslagen of geschorst. Een schorsing die niet binnen drie maanden wordt gevolgd door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.
2. Elk bestuurslid treedt uiterlijk drie jaar na zijn benoeming af volgens een door het bestuur op te maken rooster van aftreden. De aftredende is slechts éénmaal herkiesbaar tenzij de algemene vergadering anders beslist. Wie in een tussentijdse vacature wordt benoemd, neemt op het rooster de plaats van zijn voorganger in.
3. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts door overlijden van het bestuurslid of door het eindigen van zijn lidmaatschap van de Vereniging.
Bestuurstaak – Vertegenwoordiging.
Artikel 12
1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging.
2. Indien het aantal bestuursleden beneden drie is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk een algemene vergadering te beleggen waarin de voorziening in de open plaats of de open plaatsen aan de orde komt.
3. Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door commissies of door één of meer personen die door het bestuur worden benoemd.
4. Het bestuur is, mits met goedkeuring van de algemene vergadering, bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, het sluiten van overeenkomsten waarbij de Vereniging zich als borg of hoofdelijk mede-schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt. Op het ontbreken van de goedkeuring kan door en tegen derden beroep worden gedaan.
5. Onverminderd het in de laatste volzin van lid 4 bepaalde wordt de Vereniging in en buiten rechte vertegenwoordigd door het bestuur. Deze vertegenwoordigings-bevoegdheid komt mede toe aan het dagelijks bestuur danwel de door het bestuur aangewezen plaatsvervangers voor het dagelijks bestuur.
Jaarverslag – Rekening en verantwoording
Artikel 13
1. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de Vereniging zodanige aantekeningen te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
2. Het bestuur brengt op een algemene ledenvergadering binnen drie maanden na afloop van het Verenigingsjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene ledenvergadering, zijn jaarverslag uit en legt, onder overlegging van een balans en een staat van baten en lasten, rekening en verantwoording af over zijn in het afgelopen jaar boekjaar gevoerde beleid. Na afloop van de termijn kan ieder lid deze rekening en verantwoording in rechte van het bestuur vorderen.
3. De algemene ledenvergadering benoemt een kascommissie van tenminste 2 personen uit de leden, die geen deel uit mogen maken van het bestuur en die maximaal twee jaar zitting hebben . Jaarlijks treedt één lid af waarvoor een nieuw lid wordt benoemd.
4. Vereist het onderzoek van de rekening en verantwoording bijzondere boekhoudkundige kennis, dan kan de kascommissie zich door een deskundige doen bijstaan. Het bestuur is verplicht aan de commissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage van de boeken en bescheiden der Vereniging te geven.
5. De last van de commissie kan te allen tijde door de algemene vergadering worden herroepen, doch slechts door de benoeming van een andere kascommissie.
6. Het bestuur is verplicht de bescheiden bedoeld in de leden 1 en 2 tien jaar lang te bewaren.
Algemene vergadering
Artikel 14
1. Aan de algemene vergadering komen in de Vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen.
2. Jaarlijks, binnen twee maanden na afloop van verenigingsjaar, wordt een algemene vergadering (de jaarvergadering) gehouden. In de jaarvergadering komen onder meer aan de orde:
a. Het jaarverslag en de rekening en verantwoording bedoeld in artikel 13, met een verslag van de aldaar bedoelde commissie, alsmede een begroting voor het komende boekjaar;
b. De benoeming van de in artikel 13 genoemde commissie voor het lopende verenigingsjaar;
c. Voorziening in eventuele vacatures.
d. Voorstellen van het bestuur en de leden aangekondigd bij de oproeping van de vergadering.
3. Andere algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenselijk oordeelt.
4. Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek, met opgave van de te behandelen onderwerpen en van tenminste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van 1/10 gedeelte der stemmen, verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken. Indien aan het
verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan, door oproeping overeenkomstig artikel 18 of bij advertentie in tenminste één ter plaatse waar de vereniging gevestigd is veel gelezen dagblad, met inachtneming van de in artikel 18 vermelde oproepingstermijn.
Toegang – stemrecht.
Artikel 15
1. Toegang tot de algemene vergadering hebben de leden en leden van verdienste van de Vereniging. Geen toegang hebben geschorste leden, behoudens het bepaalde in artikel 7 lid 6 en geschorste bestuursleden.
2. Over toelating van andere dan in lid 1 bedoelde personen beslist het bestuur.
3. Ieder lid van de Vereniging dat niet geschorst is, heeft een stem. De bestuursleden en leden van verdienste zijn eveneens gerechtigd tot het uitbrengen van een stem.
4. Een stemgerechtigde heeft geen stemrecht over zaken die hem, zijn echtegenoot of één van zijn bloedverwanten in rechte lijn betreffen.
5. Een lid kan slechts een ander lid schriftelijke machtigen namens hem zijn stem uit te brengen in de vergaderingen. Van deze machtiging dient op een zodanige wijze te blijken dat het bestuur deze voldoende acht. Ieder lid kan slechts één ander lid ter vergadering vertegenwoordigen.
Voorzitter – notulen.
Artikel 16
1. De algemene vergadering wordt geleid door de voorzitter of bij diens afwezigheid door een vice-voorzitter. Ontbreken de voorzitter en de vice-voorzitter dan treedt een door het bestuur aangewezen plaatsvervanger als voorzitter op. Wordt dan ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering daar zelf in.
2. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of door een ander door de voorzitter daartoe aangewezen persoon, notulen gemaakt, die door de voorzitter en de notulist worden ondertekend, nadat zij in de volgende vergadering zijn vastgesteld. Zij die de vergadering bijeenroepen kunnen een notarieel proces-verbaal van het verhandelde doen opmaken. De inhoud van de notulen of van het procesverbaal wordt ter kennis van de leden gebracht.
Besluitvorming van de algemene ledenvergadering.
Artikel 17
1. Het ter algemene vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter dat door de vergadering een besluit is genomen, is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit voor zover gestemd werd over een niet schriftelijke vastgelegd voorstel.
2. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van een in het eerste lid genoemd oordeel de juistheid ervan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijke geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
3. Voor zover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten van de algemene vergadering genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.
4. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
5. Indien bij een verkiezing van personen niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, heeft een tweede stemming of ingeval van een bindende voordracht, een
tweede stemming tussen de voorgedragen kandidaten plaats. Heeft alsdan weder niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vinden herstemmingen plaats, totdat hetzij een persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken. Bij gemelde herstemming (waaronder niet is begrepen de tweede stemming) wordt telkens gestemd tussen de personen op wie bij de voorafgaande stemming is gestemd, evenwel uitgezonderd de persoon op wie bij de voorafgaande stemming het geringste aantal stemming is uitgebracht. Is bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemming op meer dan één persoon uitgebracht, dan wordt door lotinguitgemaakt, op wie van die personen bij de nieuwe stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht. Ingeval bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, beslist het lot wie van beiden is gekozen.
6. Ingeval de stemmen staken over een voorstel niet rakende verkiezingen van personen, dan is het verworpen.
7. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende gesloten briefjes.
8. Stemmingen over personen geschieden schriftelijk, tenzij de voorzitter en mondelinge stemming gewenst acht en geen der stemgerechtigden zich daartegen verzet. Alle overige stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één der stemgerechtigden zulks voor de stemming verlangt. Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, tenzij een stemgerechtigde hoofdelijke stemming verlangt.
Bijeenroeping algemene vergadering.
Artikel 18
1. De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur. De oproeping geschiedt schriftelijk aan de adressen van de leden volgens het ledenregister bedoeld in artikel 6. De termijn voor de oproeping bedraagt tenminste zeven dagen.
2. Bij de oproeping wordt de te behandelen onderwerpen vermeld onverminderd het bepaalde in de artikelen 19 en 20.
Statuten wijziging.
Artikel 19
1. In de statuten van de Vereniging kan geen verandering worden aangebracht dan door een besluit van de algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten worden voorgesteld.
2. Zij die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statuten wijziging hebben gedaan, moeten tenminste vijf dagen voor de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden er inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden. Bovendien wordt een afschrift als hiervoor bedoeld, aan alle leden toegezonden.
3. Een besluit tot statuten wijziging behoeft tenminste 2/3 van de geldig uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarin tenminste 2/3 van de leden tegenwoordig of vertegenwoordigd is. Is niet 2/3 van de leden tegenwoordig of vertegenwoordigd, dan wordt na die vergadering een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden tenminste twee en ten hoogste vier weken na de eerste vergadering, waarin het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest ongeacht het aantal tegenwoordige of vertegenwoordigde leden, kan worden besloten, mits met een meerderheid van tenminste 2/3 van de geldig uitgebrachte stemmen.
Ontbinding
Artikel 20
1. De Vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algemene vergadering.
2. Bij ontbinding van de Vereniging benoemt de algemene vergadering tenminste drie vereffenaars, die gehouden zijn over hun beleid iedere drie maanden, dat de liquidatie voortduurt, verantwoording af te leggen.
3. Een eventueel batig saldo zal worden aangewend voor door de algemene vergadering te bepalen doeleinden.
Huishoudelijk Reglement
Artikel 21
1. De algemene vergadering kan bij huishoudelijk reglement nadere regels geven omtrent het lidmaatschap, de introductie, het bedrag van de jaarlijkse bijdrage, de werkzaamheden van het bestuur, de vergaderingen, de wijze van uitoefenen van het stemrecht en alle verder onderwerpen waarvan de regeling haar gewenst voorkomt.
2. Wijziging van het huishoudelijk reglement kan geschieden bij besluit van de algemene vergadering, via een schriftelijk voorstel door tenminste 1/3 gedeelte van de stemgerechtigden van de Vereniging, of op voorstel van het bestuur.
3. Het huishoudelijk reglement mag niet in strijd zijn met de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, noch met deze statuten.
Aldus vastgesteld in de Algemene Ledenvergadering van 29 januari 2007.

Andere artikelen

Huishoudelijk Reglement

Huishoudelijk Reglement Bridgeclub Wijhe Lidmaatschap Artikel 1 1. Wie lid van de Vereniging...

13/08/2021 - Jan Broomans